Over de kunstenaar
Petronella Hélène (Nel) Klaassen, later ook bekend als Nel Bouhuys-Klaassen, was een veelzijdige Nederlandse kunstenaar die zich niet liet beperken tot één discipline. Ze werkte als beeldhouwer, (wand)schilder, tekenaar en vervaardiger van mozaïek, en stond bekend om haar onderzoekende geest en drang tot experimenteren.
Haar artistieke opleiding begon bij de Arnhemse kunstenaar Gijs Jacobs van den Hof, die haar in 1928 aanraadde verder te studeren bij Jan Bronner aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Daar ontwikkelde ze een solide technische basis én een eigen stijl, beïnvloed door zowel klassieke tradities als moderne stromingen. In 1932 voltooide zij haar studie en won in datzelfde jaar de prestigieuze Prix de Rome voor monumentale en versierende beeldhouwkunst — een uitzonderlijke prestatie voor een vrouwelijke kunstenaar in die tijd.
Klaassen werd lid van kunstenaarsverenigingen als St. Lucas en de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Ze kreeg al vroeg opdrachten voor monumentale werken in de openbare ruimte en in architecturale context. Samen met andere kunstenaars werkte ze aan interieurdecoraties voor de passagiersschepen SS Nieuw Amsterdam (1937) en Rotterdam (1959) van de Holland-Amerika Lijn, en voor de Willem Ruys (1938) van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Haar beeldhouwwerk werd ook geïntegreerd in gebouwen zoals de bankgebouwen van de Nederlandse Handel-Maatschappij in Amsterdam en Rotterdam (1950), de Amsterdamse Bank in Rotterdam (1950) en het warenhuis De Bijenkorf in Den Haag.
Ze werkte regelmatig samen met haar echtgenoot, de schilder Jaap Bouhuys (1902-1983). Samen maakten zij onder meer een serie gebrandschilderde ramen die in 1951 geschonken werden door de gezamenlijke Nederlandse gemeenten bij de uitbreiding van het NVG-gebouw in de Paleisstraat in Den Haag. Het kubisme van Georges Braque en Pablo Picasso — met wie Bouhuys korte tijd samenwerkte — liet sporen na in het werk van beiden, zichtbaar in de ritmiek van de vormen en de soms geometrische fragmentatie van volumes.
Hoewel Klaassen uiteenlopende thema’s en technieken verkende, werd één motief emblematisch voor haar oeuvre: de nimf Daphne. Gefascineerd door deze mythologische figuur die ontsnapt aan haar achtervolger, maakte Klaassen talloze versies van Daphne — expressief, levendig en neigend naar een figuratieve vorm van kubisme. Deze beelden vangen tegelijk kracht en kwetsbaarheid, en tonen een beeldtaal die robuust is, maar toch open blijft voor poëzie.
Nel Klaassen liet een rijk en divers oeuvre na dat te vinden is in musea, particuliere collecties en de openbare ruimte in heel Nederland. Haar werk overstijgt de tijd door de combinatie van vakmanschap, verbeeldingskracht en de moed om buiten gebaande paden te werken. Daarmee gaf zij een unieke, persoonlijke stem aan de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw.


















































