Over de kunstenaar
Gust Romijn — voluit Gustavus Adrianus Maria Romijn (Noordwijkerhout, 3 oktober 1922 – Dreischor, 28 januari 2010) — was een Nederlandse beeldhouwer, graficus en kunstschilder die een herkenbare plaats inneemt binnen de naoorlogse moderne kunst in Nederland. Zijn oeuvre kenmerkt zich door een sterke constructieve benadering, een architectonisch gevoel voor vorm en een voortdurende wisselwerking tussen figuratie en abstractie.
Romijn volgde aanvankelijk een opleiding tot architect, een achtergrond die blijvend doorwerkte in zijn beeldend werk. In 1943 begon hij zich toe te leggen op schilderen en beeldhouwen. In de jaren vijftig maakte hij deel uit van de Venstergroep, samen met onder anderen Louis van Roode en Piet Roovers, een groep jonge Rotterdamse grafici die zocht naar vernieuwing in vorm, compositie en techniek. In deze periode nam Romijn deel aan E55, waarvoor hij een monumentale wandschildering realiseerde van zes bij twee meter, en sloot hij zich aan bij de Liga Nieuw Beelden, waarbinnen abstractie, constructie en modernistische idealen centraal stonden.
Zijn werk kreeg ook internationale zichtbaarheid. In 1958 nam Romijn deel aan de Wereldtentoonstelling in Brussel, een belangrijk podium voor moderne kunst en architectuur in Europa. In de jaren zestig verbleef hij korte tijd in New York, waar hij werd geconfronteerd met internationale ontwikkelingen in de beeldende kunst, wat zijn werk verder verdiepte en verbreedde.
Na zijn terugkeer in Nederland combineerde Romijn zijn eigen kunstenaarschap met het docentschap aan de Rotterdamse Academie en de Vrije Academie in Den Haag. Hij woonde en werkte lange tijd in Rotterdam, tot hij zich in 1982 vestigde in Dreischor, waar hij tot zijn overlijden bleef werken.
Romijn ontving meerdere onderscheidingen, waaronder de Nationale 5 mei Grafiekprijs in 1955 en de Prix Suisse in 1957. Zijn werk vormt een consistent en eigenzinnig geheel binnen de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw, waarin ambacht, experiment en een architectonische beeldtaal samenkomen.















































